Hengelo, 1 juli 2026
Hoe het weer de stroomprijs stuurt
Wie de Nederlandse stroomprijs wil begrijpen, moet steeds vaker naar de lucht kijken. TenneT legt uit dat de waarde van elektriciteit per uur verandert door vraag, weersverwachting, beschikbaarheid van productie-eenheden en netwerkonderdelen, én door brandstof- en CO₂-kosten. Tegelijk laat het KNMI zien dat Nederland te maken krijgt met meer hitte, droogte, nattere winters, extremere zomerbuien en meer zon, terwijl De Nederlandsche Bank (DNB) benadrukt dat klimaatgerelateerde risico’s nu al merkbare gevolgen hebben voor energie- en emissiemarkten. Kortom: weer is niet langer achtergrondruis, maar een van de belangrijkste stuurvariabelen van de energiemarkt.
Day-ahead en intraday: zo ontstaat de prijs
De Nederlandse stroomprijs wordt in de korte termijn vooral gevormd op twee groothandelsmarkten. Op de day-aheadmarkt wordt elektriciteit voor de 24 uur van de volgende dag verhandeld; TenneT beschrijft dit als een pan-Europese veiling waarbij rond 12.00 uur het snijpunt van vraag en aanbod de prijs en het volume per uur bepaalt. Daarna opent de intradaymarkt, waarop partijen hun positie continu kunnen aanpassen als vraagprognoses, wind- of zonneverwachtingen, of de beschikbaarheid van centrales veranderen. Intradaytransacties kunnen nog tot kort voor levering worden gesloten en kennen, anders dan day-ahead, geen uniforme clearingprijs maar een pay-as-bid-logica.
De technische kern onder die prijsvorming is de merit order. Daarbij worden centrales als het ware op een rij gezet van goedkoop naar duur op basis van hun marginale kosten: brandstof, CO₂ en variabele operationele kosten. Zon en wind staan bijna altijd vooraan, omdat hun variabele kosten dicht bij nul liggen; gas- en kolencentrales staan verder naar achteren. De laatste centrale die nog nodig is om aan de vraag te voldoen, bepaalt de marktprijs voor iedereen in dat uur. Daarom kan één dure gascentrale de prijs zetten, ook als er tegelijkertijd veel goedkopere wind- en zonnestroom draait.
Voor ondernemers is vooral dit belangrijk: de EU wil dat afnemers kunnen kiezen tussen veilige langetermijncontracten en variabele prijzen voor flexibiliteit, terwijl opslag en andere vormen van niet-fossiele flexibiliteit juist extra worden gestimuleerd. Dat maakt de vertaalslag van deze groothandelsmarkten naar de praktijk steeds relevanter voor bedrijven met laadpalen, koelinstallaties, warmtepompen of andere stuurbare processen.
Waarom veel zon de prijs vaak drukt
Veel zon betekent in Nederland meestal: veel goedkope productie midden op de dag. Energieopwek.nl legt uit dat de hoeveelheid geproduceerde zonne-energie afhangt van de zonintensiteit en dus onder meer van de bewolking; bovendien leveren zonnepanelen in Nederland, door onze noordelijke ligging, in de zomer veel meer dan in de winter. Omdat zonne-energie vrijwel geen brandstofkosten heeft, schuift veel zon de aanbodcurve naar rechts en drukt zij duurdere centrales uit de markt.
Dat is niet alleen theorie. In een empirische analyse voor Nederland laat Economievakblad ESB zien dat zonne- en windenergie de elektriciteitsprijzen in 2022 substantieel verlaagden. In die studie verlaagde zonne-energie de elektriciteitsprijs gemiddeld met ongeveer 6,2 cent per kWh, terwijl windenergie ongeveer 11 cent per kWh van de prijs afhaalde. De logica is precies het merit-order-effect: eerst wordt vooral gas uit de prijsvorming gedrukt, daarna steenkool, en als er heel veel hernieuwbare productie is kan de prijs zelfs richting nul of negatief gaan. ESB merkt daarbij expliciet op dat negatieve prijzen met name ontstaan door veel aanbod van zonne-energie.
Voor ondernemers betekent dit dat een zonnige lente- of zomermiddag vaak het moment is waarop uurprijzen relatief laag zijn. Dat is ook precies waarom processen als laden, koelen, pompen of het produceren van warmte of koude dan aantrekkelijker worden. Niet omdat de zon “gratis stroom” maakt voor iedereen, maar omdat veel goedkope productie de marktprijs omlaag trekt.
Bewolking en regen: minder zonne-aanbod, dus vaker hogere middaguurprijzen
Bij bewolking verdwijnt vooral een deel van het goedkope zonne-aanbod. Energieopwek.nl is daar helder over: de opgewekte zonne-energie hangt af van de zonintensiteit en dus van bewolking. Daardoor kan een bewolkte middag, bij verder gelijke omstandigheden, duurder uitvallen dan een zonnige middag, simpelweg omdat duurdere centrales langer nodig blijven om de vraag te dekken.
Het interessante is dat het grootste markteffect van bewolking meestal aan de aanbodkant zit, niet aan de vraagkant. Anders gezegd: op een grijze dag verandert uw bedrijfsverbruik vaak minder abrupt dan de zonneproductie verandert. Daardoor worden prijsbewegingen op bewolkte dagen vooral veroorzaakt door minder zon, niet per se door een enorme sprong in vraag. Dat verklaart waarom “hetzelfde uur” op twee verschillende middagen toch totaal andere prijzen kan hebben.
Een regenachtige dag werkt in de markt meestal niet via regen als los verschijnsel, maar via de combinatie van minder zoninstraling, temperatuur en soms juist meer wind. Daardoor kan een regenachtige dag duurder zijn dan een zonnige dag, maar goedkoper dan een droge, windstille, zwaarbewolkte dag. Voor de energiemarkt is dus niet “regen” op zichzelf doorslaggevend, maar wat regen meebrengt voor zon, wind en vraag.
Waarom veel wind vaak ook lage prijzen geeft
Wind werkt in essentie hetzelfde als zon: meer goedkope productie duwt duurdere opwek naar achteren. Energieopwek.nl legt uit dat windturbines meer produceren naarmate het harder waait, en dat offshore windparken doorgaans meer leveren dan wind op land doordat het op zee harder waait. Als er veel wind is, komen er dus meer megawatturen met lage marginale kosten de markt in, en daalt de kans dat een dure gascentrale de prijs moet zetten.
Ook hier bevestigt de Nederlandse data het mechanisme. ESB vond voor 2022 dat juist windenergie een groot neerwaarts effect had op de elektriciteitsprijs. Tegelijk laat het Joint Research Centre (JRC) zien dat een groter aandeel wind en zon op systeemniveau weliswaar neerwaartse druk op gemiddelde groothandelsprijzen geeft, maar óók kan leiden tot meer uren met nul- of bijna-nulprijzen en tegelijk tot hogere volatiliteit wanneer opslag, flexibiliteit en interconnectie achterblijven.
De omgekeerde situatie is de bekende weinig-winddag. Dan valt een grote hoeveelheid goedkope productie weg en schuift de prijsvorming sneller terug naar gas of andere duurdere technologieën. Zeker in combinatie met kou of hitte kan dat tot scherpe pieken leiden. Het weer stuurt dan dus niet alleen het aanbod, maar via het wegvallen van goedkoop aanbod ook direct de prijszetter.
Extreme hitte: hier verandert vooral de vraag én soms ook het aanbod
Bij extreme warmte gebeurt er iets anders dan bij alleen veel zon of veel wind. Dan verschuift niet alleen het aanbod, maar vaak juist ook de vraag. Het Internationaal Energieagentschap (IEA) beschrijft dat hittegolven wereldwijd leiden tot recordpieken in elektriciteitsvraag doordat koeling en airconditioning tegelijk aanslaan. In Europa leidde een hittegolf in 2024 zelfs tot grote storingen in de Balkan en tot recordvraag in onder meer Servië en Kroatië. De IEA noemt koeling expliciet een belangrijke driver van piekbelasting tijdens hete dagen.,
Voor Nederland zien we dezelfde richting, al is de schaal anders. Het Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO) schat dat woningen nu ongeveer 1,6 PJ elektriciteit gebruiken voor koeling door airco’s, ongeveer 2% van de elektriciteitsvraag van woningen, en dat dit richting 2030 kan oplopen tot 4 PJ, oftewel circa 5%. Dat is vooral huishoudelijke vraag, maar voor de markt als geheel is het een duidelijk signaal: koeling wordt een steeds groter onderdeel van de Nederlandse elektriciteitsvraag in warme periodes.
Aan de aanbodkant kan hitte bovendien juist productiecapaciteit onder druk zetten. Het Compendium voor de Leefomgeving legt uit dat elektriciteitscentrales grote hoeveelheden oppervlaktewater gebruiken voor koeling en dat bij hogere watertemperaturen meer koelwater nodig is om binnen lozingsnormen te blijven. In warme en droge perioden kunnen daardoor situaties ontstaan waarin elektriciteitsproductie niet meer ongestoord kan plaatsvinden zonder normen te overschrijden. Hitte kan de prijs dus opdrijven via meer koelvraag én via meer druk op thermische opwek.
Klimaatverandering maakt de prijsschommelingen structureler
Het KNMI is duidelijk: in alle KNMI’23-scenario’s krijgt Nederland te maken met hogere temperaturen, droge zomers, nattere winters, meer zon, meer extreme zomerbuien en weinig verandering in gemiddelde windsnelheid. In de kerncijfers loopt de gemiddelde zomertemperatuur in 2050 op met grofweg 1,1 tot 2,1°C, en in 2100 in de hoge scenario’s zelfs met 4,7 tot 5,1°C. Tegelijk nemen ook indicatoren voor zomerdroogte en extreme neerslag toe. Dat betekent: meer uren met hitte- en droogtestress, maar ook meer kans op abrupte weersomslagen.
Voor de energiemarkt is dat belangrijk omdat klimaatverandering niet automatisch betekent “alleen maar meer goedkope zon”. Het JRC waarschuwt juist dat een groter aandeel weerafhankelijke opwek de markt sterker blootstelt aan klimatologische volatiliteit wanneer opslag, flexibiliteit en interconnectie onvoldoende meegroeien. DNB voegt daar een financieel systeem-perspectief aan toe: fysieke en transitierisico’s van klimaatverandering hebben nu al geleid tot gebeurtenissen met grote gevolgen voor energie- en emissiemarkten, en combinaties van beleidsschokken en extremen zoals droogte, zware regen en hoge temperaturen kunnen abrupte prijsvolatiliteit veroorzaken.
Met andere woorden: klimaatverandering kan de gemiddelde prijs op veel uren drukken doordat er meer goedkope hernieuwbare productie beschikbaar komt, maar tegelijk de uitslagen tussen goedkope en dure uren vergroten. Dat is precies het speelveld waarop ondernemers winst of verlies kunnen maken met slim verbruiksmanagement.
Wat kun je daar als ondernemer praktisch mee?
De eerste les is: stuur op uren, niet alleen op jaarprijzen. Omdat de day-aheadmarkt de uurprijzen voor morgen al rond het middaguur vastlegt, kun je processen zoals laden, koelen, pompen, ontvochtigen of warmwaterproductie bewust plannen op uren met veel zon of wind. De IEA noemt expliciet pre-cooling tijdens uren met lage vraag of hoge zonneproductie als effectieve manier om piekbelasting te verlagen; dat principe is voor kantoren, retail, hospitality en gekoelde logistiek direct toepasbaar.
De tweede les is: scheid je baseload van je flexload. Voor processen die altijd moeten draaien, past vaak meer prijszekerheid. Voor stuurbare processen kan juist een variabel prijsdeel interessant zijn. De EU-hervorming van de elektriciteitsmarkt zet nadrukkelijk in op die combinatie: voorspelbare prijsinstrumenten voor zekerheid én variabele prijzen om flexibiliteit te belonen.
De derde les is: maak meer van je eigen zonnestroom zelf op. ESB laat zien dat negatieve prijzen vooral samenhangen met veel zonne-aanbod, en het JRC verwacht in een systeem met meer hernieuwbare opwek meer nul- of bijna-nulprijsdagen als opslag en flexibiliteit achterblijven. Voor bedrijven met zonnepanelen betekent dat: vergroot waar mogelijk de directe zelfconsumptie met laadpalen, boilers, koeling, compressoren of batterijopslag, in plaats van alles blind terug te leveren op het moment dat iedereen dat doet.
De vierde les is: beperk je koelvraag vóórdat je die moet inkopen. TNO wijst op de snel groeiende koelbehoefte in Nederland, terwijl de IEA juist benadrukt dat zonwering, nachtventilatie, betere isolatie, hogere setpoints, groene daken en andere passieve maatregelen de behoefte aan actieve koeling kunnen verlagen. De goedkoopste kilowattuur blijft immers de kilowattuur die je niet hoeft te gebruiken.
Drie herkenbare scenario’s voor Nederlandse ondernemers
1. Het logistieke of koelbedrijf. Op een zonnige of winderige middag kan het slim zijn om koelcellen iets verder “voor te koelen” of batterijheftrucks op te laden, omdat de kans op lage uurprijzen dan groter is. Op een hete, windstille dag geldt juist het omgekeerde: dan loont het om de grootste pieken later op de dag te vermijden, omdat koeling én systeemstress de prijs kunnen opdrijven.
2. Het kantoor met laadplein. Een kantoor dat elektrische leaseauto’s of bestelwagens laadt, kan laadvensters verplaatsen naar de goedkoopste day-aheaduren van de volgende dag. Combineer dat met slim koelen (bijvoorbeeld iets eerder op de dag) en je voorkomt dat laden en airco precies samenvallen met de dure uren waarin veel andere afnemers ook koeling nodig hebben.
3. Het mkb-bedrijf met zonnepanelen op het dak. Op zeer zonnige middagen kan terugleveren minder aantrekkelijk worden, juist omdat veel andere daken op datzelfde moment ook pieken. Wie dan eigen verbruik naar voren haalt (compressoren, pompen, proceswarmte, wateropslag of EV-laden) haalt meer waarde uit dezelfde zonnestroom en verkleint het risico van lage of negatieve marktprijzen.
Conclusie
De rode draad is simpel: zon en wind drukken de prijs meestal omlaag, bewolking en windstilte maken stroom vaak duurder, en extreme hitte vergroot vooral de vraag én de volatiliteit. Klimaatverandering versterkt dat patroon, omdat Nederland volgens het KNMI meer hitte, droogte, zware buien en meer zon krijgt, terwijl DNB en het JRC laten zien dat zulke extremen steeds vaker doorwerken in prijsvolatiliteit en systeemstress.
Voor ondernemers is de beste reactie niet gokken op “goedkope stroom”, maar stuurbaarheid organiseren: processen plannen op goedkope uren, kritische baseload afdekken, koelvraag beperken, meer eigen zonnestroom zelf gebruiken en flexibiliteit opbouwen via opslag of slim laden. Wie dat goed doet, maakt van weersinvloeden geen risico, maar een operationeel voordeel.
Jacob Gijsbertsen
Eigenaar
Telefonisch advies
Heb je vragen over de stroomprijs of wil je weten wat dit voor jouw bedrijf betekent? Neem gerust contact met ons op. Via de link hieronder kun je ons direct bellen we helpen je graag verder.
Deel dit artikel
Vond je deze blog interessant? Deel de link gerust met anderen die hier meer over willen weten.