Zakelijke energie, zoals het hoort

|

Klantenservice
074 2504 552
Logo Netwerk Nederland

Hengelo, 22 oktober 2026

€8 miljard subsidie voor verduurzaming. Waarom lopen ondernemers dan toch vast?

Nederland wil dat bedrijven investeren in de energietransitie. De overheid stelt miljarden beschikbaar om dat mogelijk te maken. Maar voordat een ondernemer daadwerkelijk kan investeren, moet hij door een ingewikkeld traject van vergunningen, financiering, technische voorwaarden en externe partijen. En wanneer het misgaat, krijgt hij te horen dat hij zich beter had moeten voorbereiden.

Voor de SDE++-subsidieronde van 2025 werden 468 aanvragen ingediend. Volgens de eindstand van oktober kregen 360 aanvragen een toekenning. De overige 108 leidden niet tot subsidieverlening. Een ruime meerderheid kreeg dus goedkeuring, maar achter de aanvragen die niet werden toegekend, gaat een vraag schuil die veel verder reikt dan het aantal afwijzingen. Hoeveel moet een ondernemer al hebben geregeld voordat hij überhaupt weet of zijn investering financieel en technisch uitvoerbaar is?

Volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voldeden veel aanvragen niet aan de gestelde voorwaarden. Zo ontbraken verplichte vergunningen en trokken sommige ondernemers hun aanvraag in omdat zij twijfelden aan de financiële haalbaarheid van hun project. RVO riep ondernemers daarom op hun aanvragen beter voor te bereiden. Alsof het een kwestie van huiswerk is, terwijl achter die voorbereiding een hele keten van onderzoeken, beslissingen en externe afhankelijkheden schuilgaat.

Je moet bewijzen dat je kunt investeren, voordat je definitief mag investeren.

Wie SDE++-subsidie wil aanvragen, moet aantonen dat zijn project technisch en financieel haalbaar is. RVO verlangt onder meer een haalbaarheidsstudie, een financieringsplan en berekeningen van de verwachte energieproductie, exploitatiekosten en opbrengsten. Afhankelijk van de investering komen daar vergunningen, constructieve beoordelingen, toestemming van vastgoedeigenaren en verklaringen van financiers bij. Voor bepaalde elektriciteitsprojecten moet bovendien een transportindicatie van de netbeheerder worden aangeleverd.

Dat zijn geen documenten die een ondernemer even uit zijn administratie haalt. Een constructeur moet onderzoek uitvoeren, een financier moet de plannen beoordelen, vergunningen moeten worden aangevraagd en een netbeheerder moet de benodigde informatie verstrekken. Iedere betrokken partij kent zijn eigen procedures, voorwaarden en doorlooptijden. Toch moeten al die onderdelen uiteindelijk op het juiste moment samenkomen in één subsidieaanvraag.

Daar komt nog een belangrijke voorwaarde bij. Op het moment van aanvragen mag de ondernemer nog geen onomkeerbare investeringsverplichtingen voor de productie-installatie zijn aangegaan. Hij moet dus vergaand kunnen aantonen dat zijn plannen uitvoerbaar zijn, terwijl hij nog niet zonder meer definitief opdracht mag geven voor de installatie. Overeenkomsten die afhankelijk zijn gesteld van de subsidietoekenning zijn wel toegestaan, maar de kosten van onderzoeken, advies en voorbereiding komen voor rekening van de onderneming. Het financiële risico dat al die inspanningen uiteindelijk niet tot subsidieverlening leiden, draagt zij eveneens.

Van ondernemers wordt dus verwacht dat zij hun investering zorgvuldig onderbouwen, verschillende partijen inschakelen en de uitvoerbaarheid aantonen, zonder vooraf zekerheid te hebben dat de subsidie wordt toegekend. Wanneer een aanvraag vervolgens niet aan alle voorwaarden voldoet, is de boodschap dat de voorbereiding beter had gemoeten. Maar daarmee wordt voorbijgegaan aan de vraag hoeveel invloed een ondernemer daadwerkelijk heeft op alles wat daarvoor geregeld moet worden.

Den Haag, een subsidiepot vullen is een begrotingsbesluit. Zorgen dat er iets mee wordt gerealiseerd, is beleid.

Op 27 oktober opent een nieuwe SDE++-ronde, waarvoor opnieuw €8 miljard beschikbaar wordt gesteld. Ondernemers kunnen tot en met 26 november hun aanvraag indienen. In de Kamerbrief van 3 juli schrijft de minister van Klimaat en Groene Groei dat de latere openstelling aanvragers voldoende tijd geeft om hun aanvraag voor te bereiden.

Maar tijd op de kalender is niet hetzelfde als invloed op de uitvoering. Een onderneming kan maanden van tevoren beginnen met het verzamelen van gegevens, het laten uitvoeren van onderzoeken en het voorbereiden van haar financiering. Daarmee heeft zij nog geen controle over de snelheid waarmee een vergunning wordt verleend, een financier zijn beoordeling afrondt of een netbeheerder de benodigde informatie verstrekt. Voor de aanvraagronde van 2026 kon een transportindicatie bijvoorbeeld pas vanaf 28 september bij de netbeheerder worden aangevraagd. Hoe vroeg de ondernemer ook begint, voor dergelijke onderdelen blijft hij afhankelijk van de planning en procedures van anderen.

Strenge voorwaarden voor de besteding van publieke middelen zijn terecht. Niemand is ermee geholpen wanneer subsidie wordt toegekend aan projecten die uiteindelijk niet gerealiseerd kunnen worden. Maar wie die voorwaarden oplegt, moet ook verantwoordelijkheid nemen voor de omstandigheden waaronder ondernemingen eraan moeten voldoen. Het is te gemakkelijk om naar betere voorbereiding te verwijzen wanneer een ondernemer voor diezelfde voorbereiding afhankelijk is van partijen en procedures waarover hij nauwelijks zeggenschap heeft.

Het ministerie van Klimaat en Groene Groei moet daarom zichtbaar maken waar aanvragen daadwerkelijk op vastlopen. Hoeveel projecten stranden op ontbrekende vergunningen en welke rol speelt de beschikbare transportcapaciteit? Hoeveel ondernemers trekken hun aanvraag in omdat de financiële onzekerheden te groot worden? En hoeveel tijd gaat verloren doordat verschillende instanties en betrokken partijen niet op elkaar aansluiten? Zonder die inzichten blijft onduidelijk of de problemen vooral bij de voorbereiding door ondernemingen liggen, bij de inrichting van de subsidieregeling of bij de randvoorwaarden waaronder investeringen moeten worden uitgevoerd.

Niet iedere aanvraag die zonder toekenning eindigt, is het gevolg van netcongestie of tekortkomingen van de overheid. Maar de verantwoordelijkheid voor een uitvoerbare energietransitie kan evenmin volledig bij de ondernemer worden neergelegd. Wie van het bedrijfsleven verlangt dat het investeert, moet ook zorgen voor beleid waarin ambities, verplichtingen en praktische mogelijkheden beter op elkaar aansluiten.

Maar ondernemer, waar was jouw eigen regie?

De overheid draagt verantwoordelijkheid voor de randvoorwaarden, maar dat ontslaat de ondernemer niet van zijn eigen verantwoordelijkheid. Ook de directiekamer ontkomt niet aan een ongemakkelijke vraag: hoe kan een onderneming maanden werken aan een verduurzamingsproject en pas tijdens het aanvraagtraject ontdekken dat een essentiële voorwaarde ontbreekt?

Binnen een onderneming zijn vaak meerdere afdelingen betrokken bij een investering. Finance beoordeelt de financiële haalbaarheid, procurement vraagt offertes op, vastgoedbeheer onderzoekt de mogelijkheden van het gebouw en de technische afdeling kijkt naar de installaties. Ondertussen onderzoekt een externe adviseur de beschikbare subsidies en werkt de directie aan de investeringsbeslissing. Al die mensen kunnen uitstekend werk leveren en toch kan het project vastlopen, simpelweg omdat niemand verantwoordelijk is gemaakt voor de samenhang tussen hun werkzaamheden.

Misschien blijkt de bestaande elektriciteitsaansluiting onvoldoende capaciteit te bieden voor de geplande uitbreiding. Misschien kan de opgewekte elektriciteit niet worden teruggeleverd zoals eerder was aangenomen, waardoor de financiële berekeningen niet meer kloppen. Of misschien komt een noodzakelijke vergunning pas ter sprake wanneer de installatie al is ontworpen en de offertes zijn aangevraagd. Het zijn omstandigheden die grote gevolgen kunnen hebben voor de haalbaarheid van een investering, maar die afzonderlijke afdelingen niet altijd overzien vanuit hun eigen verantwoordelijkheden.

Daar ligt een vraag die iedere directie zichzelf zou moeten stellen. Wie bewaakt binnen de onderneming het volledige investeringsproces, van de eerste plannen tot de daadwerkelijke uitvoering? Niet alleen de financiering of de subsidieaanvraag, maar ook de energievoorziening, bestaande contracten, technische mogelijkheden en afhankelijkheden van externe partijen. Wie controleert of al die onderdelen op elkaar aansluiten voordat de directie een besluit neemt?

Dat is geen administratieve verantwoordelijkheid. Dat raakt rechtstreeks aan de bedrijfsstrategie. Een directie kan niet volstaan met het goedkeuren van een investeringsbudget en vervolgens aannemen dat de verschillende afdelingen, leveranciers en adviseurs de rest onderling wel regelen. Zonder iemand die het overzicht bewaart en tijdig ingrijpt wanneer voorwaarden niet op elkaar aansluiten, wordt verduurzaming een verzameling afzonderlijke activiteiten waarvan iedereen hoopt dat ze uiteindelijk tot hetzelfde resultaat leiden. En hoop is geen investeringsstrategie.

Een goedgekeurd investeringsbudget betekent nog niet dat je kunt investeren.

Een onderneming kan financieel gezond zijn, voldoende middelen beschikbaar hebben en een overtuigend verduurzamingsplan presenteren. Maar zolang niet duidelijk is wat de energievoorziening daadwerkelijk toelaat en welke voorwaarden nog moeten worden vervuld, bestaat er geen zekerheid dat de investering ook uitvoerbaar is. Juist daarom moet het gesprek over verduurzaming veel eerder beginnen dan bij een subsidieaanvraag of een offerte van een installateur.

Hoeveel transportcapaciteit heeft de onderneming daadwerkelijk beschikbaar en wat betekenen bestaande energiecontracten voor een nieuwe installatie? Welke uitbreidingsplannen veranderen de toekomstige energievraag, welke financiële aannames zijn afhankelijk van elektriciteitsprijzen of teruglevermogelijkheden en welke besluiten moeten externe partijen nog nemen? Het zijn vragen die bepalend kunnen zijn voor de uitvoering, maar die vaak bij verschillende medewerkers en adviseurs terechtkomen.

Voor concerns met meerdere vestigingen wordt deze afhankelijkheid nog ingewikkelder. Een investering die op de ene locatie technisch en financieel haalbaar is, kan op een andere vestiging worden beperkt door de aansluiting, bestaande contractuele afspraken of de mogelijkheden van het gebouw. Wanneer iedere locatie en afdeling afzonderlijk haar plannen ontwikkelt, ontbreekt bovendien het overzicht van wat die investeringen gezamenlijk betekenen voor de onderneming.

De directie moet daarom niet alleen weten wat zij wil investeren, maar vooral onder welke omstandigheden die investering kan worden uitgevoerd. Welke beperkingen zijn al bekend, welke risico's staan nog open en welke besluiten zijn nodig voordat de onderneming verplichtingen aangaat? Wie die vragen niet kan beantwoorden, heeft misschien een investeringsplan, maar nog geen volledig beeld van de uitvoerbaarheid.

Specialisten doen hun deel. Netwerk Nederland bewaakt het geheel.

Een installateur beoordeelt welke technische oplossing geschikt is, een subsidieadviseur onderzoekt de voorwaarden van een regeling en een financier kijkt naar de financiële haalbaarheid. Maar wie bewaakt wat al die afzonderlijke beslissingen samen betekenen voor de onderneming en haar toekomstige energievoorziening?

Dat is de verantwoordelijkheid die Netwerk Nederland helpt organiseren. Wij onderzoeken de energiepositie achter de investeringsplannen van een onderneming en kijken daarbij naar het bestaande verbruik, de aansluitingen, beschikbare transportcapaciteit, energiecontracten en toekomstige energievraag. Vanuit dat overzicht wordt duidelijk welke beperkingen de plannen kunnen raken, welke informatie nog ontbreekt en welke betrokken partijen nodig zijn om verder te komen.

Vervolgens helpen we de afstemming tussen die partijen te organiseren. Niet door het werk van installateurs, financiers of subsidieadviseurs over te nemen, maar door te zorgen dat hun afzonderlijke adviezen en beslissingen niet los van elkaar blijven staan. Zo weet de directie wat mogelijk is, welke risico's nog aandacht vragen en wat er geregeld moet worden voordat zij verdere verplichtingen aangaat.

De overheid moet zorgen voor uitvoerbare randvoorwaarden en de ondernemer moet zorgen voor regie binnen zijn eigen organisatie. Beide verantwoordelijkheden zijn noodzakelijk, want miljarden aan subsidies veranderen weinig aan een investering waarvan de belangrijkste voorwaarden niet op elkaar aansluiten.

De energietransitie vraagt niet alleen om geld en ambities, maar om ondernemingen die weten wat ze daadwerkelijk kunnen realiseren. Zolang niemand verantwoordelijkheid neemt voor de samenhang tussen plannen, voorwaarden en uitvoering, blijven ook goedbedoelde investeringen kwetsbaar.

Je hebt verduurzamingsplannen. Maar weet je ook of ze uitvoerbaar zijn?

Voordat je investeert of subsidie aanvraagt, moet duidelijk zijn wat jouw energievoorziening toelaat, welke verplichtingen gelden en welke belemmeringen je plannen kunnen raken. Netwerk Nederland helpt je om die samenhang inzichtelijk te maken en de noodzakelijke stappen met de betrokken partijen te organiseren.

Bespreek je verduurzamingsplannen met Netwerk Nederland en ontdek wat er nodig is om van ambitie naar uitvoering te komen.

Als Specialist Verduurzaming & Wetgeving bij Netwerk Nederland zoek ik die duidelijkheid wél. Ik verdiep me in complexe vraagstukken, wil begrijpen hoe iets écht werkt en kijk verder dan de eerste conclusie. Wat verandert er? Waar zitten de uitzonderingen? Welke ontwikkelingen raken elkaar? En vooral: welke zakelijke consequenties heeft dat voor een onderneming?