Vijf vragen over het langverwachte klimaatdebat in de Kamer

[UIT DE MEDIA] Vijf vragen over het langverwachte klimaatdebat in de Kamer

De Tweede Kamer debatteert dinsdagmiddag met minister Eric Wiebes (Economische Zaken) en premier Mark Rutte over het conceptklimaatakkoord. Dat is een vurige wens van de oppositie, hoewel veel concrete cijfers nog ontbreken.

Eigenlijk stond het debat vorige week woensdag op de agenda, maar onder druk van de oppositie werd het een week uitgesteld.

De partijen wilden dat VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff zich in de plenaire zaal van het parlement zou melden, maar in plaats daarvan was Dilan Yesilgoz aanwezig, de klimaatwoordvoerder van de partij.

De oppositie, aangevoerd door PvdA-leider Lodewijk Asscher, wilde met Dijkhoff debatteren omdat juist hij zich in de media zeer kritisch had uitgelaten over de klimaatplannen.

Hoewel Asscher en gelijkgestemden wisten dat Dijkhoff niet op de sprekerslijst stond, liet de reuring voorafgaand aan het debat zien hoe politiek gevoelig het onderwerp is.

Waar debatteert de Tweede Kamer uiteindelijk over?
Ruim honderd partijen uit het bedrijfsleven, vakbonden, belangenclubs en de politiek hebben met elkaar ruim zeshonderd maatregelen bedacht om het gezamenlijke doel te halen: in 2030 49 procent minder CO2-uitstoot ten opzichte van 1990.

Die CO2-reductie is nodig om de opwarming van de aarde zo veel mogelijk te beperken, zoals is afgesproken tijdens de Klimaatconferentie van Parijs in 2015.

Om het percentage van 49 procent te halen, zijn maatregelen nodig. In het regeerakkoord is daarom door VVD, CDA, D66 en ChristenUnie afgesproken om een klimaatakkoord te maken.

Waarom leek het even alsof de VVD geen akkoord wilde sluiten?
Nadat de partijen, verenigd in de zogenoemde klimaattafels, hun plannen hadden gepubliceerd, leek het even alsof Dijkhoff er afstand van nam in een interview in De Telegraaf.

Volgens de VVD’er was het niet “zijn” akkoord en was D66-fractievoorzitter Rob Jetten een “drammer” omdat hij wel zo snel mogelijk aan de slag wil gaan met de klimaatplannen. Hij zinspeelde zelfs op de val van het kabinet. Dijkhoff hoopte zo de klimaatsceptici uit zijn achterban gerust te stellen.

Het wekte vooral verbazing bij de andere partijen, want Dijkhoff heeft zelf bij een deel van de klimaatonderhandelingen gezeten. Toen gebruikte hij deze grote woorden niet.

Uiteindelijk heeft Dijkhoff moeten beloven dat hij nog steeds achter het CO2-doel staat. Hij mag dit dinsdag nogmaals in de Kamer doen.

Wordt er dinsdag over het uiteindelijke klimaatakkoord gesproken?
Nee, er is namelijk nog geen akkoord. Er wordt gesproken over een concept. De maatregelen die nu zijn gepubliceerd, zijn een eerste zet.

Het Centraal Planbureau (CPB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gaan de maatregelen die de klimaattafels hebben opgeschreven uitrekenen op haalbaarheid en betaalbaarheid.

Als die cijfers er op 13 maart zijn, gaan het kabinet en de coalitie ‘shoppen’ met welke maatregelen zij de doelstelling van 49 procent minder CO2-uitstoot willen halen. Dat pakket krijgt uiteindelijk de sticker ‘Klimaatakkoord’.

Waarom debatteert de Kamer er dan nu al over?
Voordat het kabinet en de coalitie zo ver zijn, willen de andere partijen er ook graag wat over te zeggen hebben. De oppositie hoopt de richting van het uiteindelijke akkoord zo mede te kunnen bepalen.

Tot nieuwe inzichten zal dit niet leiden. Zo willen de linkse partijen een grotere bijdrage van de industrie via een CO2-heffing onder het motto ‘de vervuiler betaalt’.

PVV en Forum voor Democratie zullen hun pleidooi herhalen dat er überhaupt geen klimaatmaatregelen moeten komen omdat ze niet geloven dat de mens invloed heeft op de opwarming. Het klimaatakkoord is daarom een verspilling van geld en tijd, vinden zij.

Het kabinet en de coalitie zeggen dat ze hechten aan een breed draagvlak. In dat geval zullen ze dinsdagmiddag moeten meeschrijven met de wensen van de oppositie.

Wat heeft de Urgenda-zaak hiermee ter maken?
Officieel niets. Duurzaamheidsorganisatie Urgenda heeft met succes bij de rechter afgedwongen dat de Staat minder CO2 moet uitstoten. In dit geval gaat het om minimaal 25 procent minder CO2 in 2020 ten opzichte van 1990, een afspraak die voortvloeit uit het Energieakkoord uit 2013.

Dat wordt niet gehaald, berekende het PBL twee weken geleden al. De overheid moet dus op korte termijn extra klimaatmaatregelen nemen. Omdat het in zowel de Urgenda-zaak als het klimaatakkoord om CO2-reductie gaat, zijn beide dossiers wel met elkaar verweven.

Bron: nu.nl